Levendige discussie tijdens symposium 'Christen in zaken'

Symposium VRO: moraliteit niet zó maar geregeld

Een christelijke zakenman leeft voor God, zijn naaste en voor zijn ‘dagelijks brood’. Een persoonlijk levend geloof is daarbij noodzakelijk, zo betoogde Eerste Kamerlid Peter Schalk (SGP) op het VRO-symposium vorige week. Een seculiere zakenman leeft voor zichzelf. Uit eigenbelang. Het economische systeem regelt zijn moraliteit wel, zo poneerde econoom-journalist Dr. Mathijs Bouman daartegenover.
Beiden waren uitgenodigd om in een van de hangars van de MAF in Teuge de degens te kruisen over het thema ‘Wat maakt een ondernemer tot een christelijke ondernemer?”

Bezit
„Een christelijke zakenman heeft in de eerste plaats Gods eer op het oog. Dat kan niet zonder werkelijk christen te zijn. Zijn uiteindelijke bezit is dan iets dat ‘hem toevertrouwd is’. Hij heeft het te beheren. Het Hebreeuwse grondwoord ‘jeesj lie’ geeft dat ook aan: het is er voor mij. Om te beheren”, zo hield Schalk de aanwezigen voor.
„Dan komt ook de omgang met het personeel in aan ander licht te staan: als het goed is, wordt dat toevertrouwde meebeheerd door het personeel. In goed gesprek, met de juiste gezagsverhoudingen. Een ondernemer die ne enkele weken een medewerker ontslaat ómdat hij hem niet kan gebruiken’, handelt tegen de wet. Dat past een christen niet”, aldus Schalk.
Vanuit de verplichtende taak om te bouwen en te bewaren zal een christenondernemer ook kijken naar de maatschappij en daarom ook verantwoord ondernemen, zo vond hij.

Zichzelf regulerend systeem
Wetenschapper Bouman reageerde op zijn referaat door te zeggen, dat hij Schalks beroep op Calvijn wel interessant vond. „Werken voor je dagelijks brood is voor een econoom het laagste niveau van economisch handelen, voor de wetenschap het minst interessant. ‘Tot heil van de naaste’: prima, maar dat kan heel amoreel zijn!”, zo betoogde Bouman. „Adam Smith noemde in dit verband de marktwerking in de achttiende eeuw ‘de onzichtbare hand van de economie’. Iedere bakker denkt eerst aan zichzelf: eigenbelang. Hij gaat met andere partijen samenwerken, zodra eigenbelang hem daartoe drijft. Zo houdt uiteindelijk iedereen z’n brood en hebben we collectieve welvaart.”
Bouman stelde zich op het standpunt dat het goed is ‘coöperatief samen te werken om dingen te doen die niet in het belang van jou lijken te zijn’. Maar, ik zeg het eerlijk: daar heb ik God niet voor nodig. Ontbreekt het mij dan aan een moreel kompas? Denk ik niet, omdat we afspraken maken over wat wel en wat niet bevorderlijk is voor de mensheid en de economie. Het is wel wetenschappelijk bewezen, dat ondernemers die hun maatschappelijk verantwoord ondernemen op orde hebben, ook goed presteren en een goede economische bijdrage leveren. Maar het christendom heeft niet altijd bewezen voor de juiste moraliteit in het economisch handelen te kunnen zorgen”, zo zei hij uitdagend.

(Zie ook verder bij fotoalbum én natuurlijk onze nieuwsbrief)